Medicijnen

De universitaire studie geneeskunde wordt in de volksmond ook wel medicijnen genoemd. Men zegt van artsen in opleiding: "Hij of zij studeert medicijnen". Naast begrip van het menselijk lichaam en geest en de ziekteleer is het behandelen van ziekten met geneesmiddelen een belangrijk onderdeel van de geneeskunde studie.

Rationele farmacotherapie is een behandeling met een geneesmiddel in een voor u geschikte vorm, waarvan de werkzaamheid en effectiviteit door wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld. We streven naar toepassing van kennis uit wetenschappelijke onderzoeken die bijvoorkeur bestaan uit gerandomiseerde studies, dubbelblind, placebo-gecontroleerd, gepubliceerd in een peer reviewed tijdschrift en reproduceerbaar. Wat dat allemaal inhoud valt hier te lezen.

Nu zitten er veel haken en ogen aan de zogenaamde Evidence Based Practice en aan het wetenschappelijk vaststellen van de werkzaamheid van een middel als er ook sprake is van een groot commercieel belang. Een goede toelichting over de problematiek van de zogenaamde evidence based medicine vindt u in de video's hieronder.

Als er de mogelijkheid is van Evidence Based Practice dan heeft dat onze voorkeur. Het is één van de beste vormen van bewijs van effectiviteit. Maar Evidence Based Practice als basis voor goede zorg is een illusie.
De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) pleit in het op 19 juni 2017 verschenen advies "Zonder context geen bewijs de illusie van evidence-based practice om de context waar binnen de zorg wordt verleend, centraal te stellen in praktijk, beleid en financiering van de zorg. Veel van wat waardevol is in de persoonlijke relatie tussen cliënt en zorgverlener is met bestaande onderzoeksmethoden en indicatoren niet te vatten.

In Medisch Contact is een discussie ontstaan over dit rapport van RVS over het belang van context en bewijs. Evert Pronk, adjunct hoofdredacteur van Medisch Contact verwoord dit ons inziens mooi:

"Geneeskunde kan complex zijn. Maar geneeskunde is ook altijd biologie. En dat is een exacte wetenschap. Een wetenschap waarin je op zoek kunt naar die ene waarheid. Die waarheid maakt deel uit van het klinisch bewijs. Zoals het bewijs dat in de Nederlandse praktijk borstsparende operaties gemiddeld genomen geen slechtere uitkomst hebben dan amputaties, zoals Sabine Siesling destilleerde uit gegevens van de Nederlandse Kanker­registratie. Dat is nuttige kennis die niet mag ontbreken in de basis waarop besluitvorming vervolgens plaatsvindt. Want dat is de ‘b’ in evidencebased medicine. Een basis. En omdat die zijn oorsprong heeft in de natuurwetenschap, een prima fundament."

Wat ons betreft is voeding, leefstijl en inderdaad de biologie (en fysiologie) de basis.


Het feit dat het overgrote deel van de reguliere geneeskunde niet evidence based medicine is, wordt ook in toonaangevende medische kringen onderschreven. Zo oordeelt de (reguliere) hoogleraar-internist aan de VU, dr Yvo Smulders in Medisch Contact dd 24 oktober 2008 hierover als volgt:

Veel klinische behandelingen worden niet onderbouwd met epidemiologisch onderzoek. Naar schatting ontbreekt voor de helft van veel gebruikte handelingen het klinisch epidemiologische bewijs geheel."

In een online document met de titel Het evidencebeest getemd" en gepubliceerd op de website van de Stichting IOCOB wordt verslag gedaan van een recente filmische presentatie van voornoemde professor Smulders waarin deze andermaal de vloer aanveegt met de fabel inzake de veronderstelde wetenschappelijke basis van de reguliere geneeskunde.

Smulders" onthullende conclusie luidt daar :

Slechts 1/3 van de therapieën is onderzocht , van de therapieën is waar, op minder dan 10% van de patiëntenpopulatie zijn de wetenschappelijke resultaten toepasbaar, en de reguliere dokter kent hooguit 50% van het bewijs.

Op basis van deze cijfers luidt de conclusie dan ook dat :

slechts 1 op de 120 patiënten regulier met evidence based medicine wordt behandeld.

Zie hier voor de video van Smulders:
https://www.youtube.com/watch?v=PRiSlU1ucqI



Ook de hoofdredacteur van het regulier georiënteerde medische vaktijdschrift Medisch Contact, Ben V.M. Crul, arts, geeft op 24 oktober 2008 daarin het volgende te kennen:

Onze evidence based richtlijnen worden volkomen uit hun verband gerukt. Alsof het bewijs waterdicht is en ze op elke pati nt zijn uitgetest. Was het maar zo. Het is een veilige gedachte voor een controle-freak maar de patiënt als eenheidsworst bestaat niet".

De directeur Beleid van de eveneens regulier ingestelde Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst, KNMG, dr Lode Wigersma, geeft in september 2008 in een vraaggesprek met de huisarts Arie Bos het volgende te kennen:

Ja, van alle dingen die je als arts doet is hoogstens 30 % evidence based".

Uit het vorenstaande blijkt onomstotelijk dat het overgrote deel van de reguliere behandelingen geen wetenschappelijke basis heeft, waarbij het percentage van bewezen therapieën naar schatting thans slechts circa 30 % bedraagt. De waarheidsgetrouwe scheidslijn tussen wetenschappelijk bewezen en onbewezen behandelingen loopt dan ook dwars door zowel de reguliere geneeskunde als de CAM-geneeskunde heen. Vele complementaire behandelwijzen zijn namelijk niet alleen bewezen effectief, maar ook veiliger en goedkoper dan de reguliere interventies.

Voor die laatste stelling verwijzen wij gaarne naar het in de British Medical Journal (BMJ Open, 3 sept. 2012) verschenen artikel over kosteneffectiviteit van CIM (Complementary and Integrative Medicine): http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3437424/ waarin wordt geconcludeerd dat tenminste 16 studies van hoge kwaliteit aantonen dat CIM/CAM minstens zo effectief is en zelfs kostenbesparend in vergelijking met de reguliere methoden. ( The higher-quality studies indicate potential cost-effectiveness, and even cost savings across a number of CIM therapies and populations").

Beoordeling, actueel overzicht, interacties

Omdat wij uitgebreid tijd nemen voor het eerste consult hebben we ook de tijd om uw medicatie door te nemen. Het innemen van meerdere geneesmiddelen komt veel voor (polyfarmacie) en wij kijken of er minder medicatie of effectievere medicatie mogelijk is en ook of er (nadelige) interacties zijn onderling tussen de medicijnen, maar ook bijvoorbeeld naar interacties met voeding of supplementen.


Onderzoek heeft uitgewezen dat 5,6% van de acute ziekenhuisopnames toe te schrijven is aan medicijngebruik; ongeveer de helft hiervan is te voorkomen. (Frequency of and risk factors for preventable medication-related hospital admissions in the Netherlands. Arch Intern med.2008 sep 22;168(17):1890-6)

Gebruikt u een antidepressivum en u heeft veel bijwerkingen dan kunnen we tegenwoordig testen (farmacogenetische test) of dit middel wel bij uw genetische aanleg past, bijvoorbeeld via het medicatie lab van St. Jansdal.

We onderzoeken nu het nut voor nog uitgebreidere testen, naar o.a. de snelheid waarmee u bepaalde medicatie afbreekt op basis van uw genen, zogenaamde farmaco genetisch onderzoek (DNA paspoort).

Voor meer informatie over de werking van uw medicatie en ook een uitgebreide bijsluiter, zie https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/
Zie ook voor actuele inzichten en commentaar op bijsluiters: http://geneesmiddelenbulletin.com/

Voor meer informatie over de opname van uw medicatie, zie o.a.https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/farmacologie/farmacokinetiek


Onze Richtlijnen:

Iedere patiënt krijgt aan het einde van het consult een bijgewerkte (up-to-date = actueel) medicatie overzicht van ons mee waarbij duidelijk de dosering en het tijdstip van inname wordt vermeld.
De medicatie wordt bij ieder consult beoordeeld.
Via onze software en door alleen te werken via reguliere apotheken vindt er elektronische bewaking plaats tijdens het voorschrijven.
De patiënt krijgt van ons duidelijke instructies over wijze en duur van het innemen en over de regie en eigen verantwoordelijkheden.